Paaswoensdag 7.04.2021




evangelie: Lc. 24, 13-35

Zij herkenden Hem aan het breken van het brood.


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.

Op de eerste dag der week

waren er twee leerlingen van Jezus op weg naar een dorp

dat Emmaüs heette

en dat zestig stadiën van Jeruzalem lag.

Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen.

Terwijl zij zo aan het praten waren

en van gedachten wisselden,

kwam Jezus zelf op hen toe

en Hij liep met hen mee.

Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen.

Hij vroeg hun:

“Wat is dat voor een gesprek

dat gij onderweg met elkaar voert?”

Met een bedrukt gezicht bleven ze staan.

Een van hen, die Kléopas heette, nam het woord en sprak tot Hem:

“Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem,

dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?”

Hij vroeg hun:

“Wat dan?”

Ze antwoordden Hem:

“Dat met Jezus de Nazarener,

een man die profeet was,

machtig in daad en woord

in het oog van God en van heel het volk;

hoe onze hogepriesters en overheidspersonen

Hem hebben overgeleverd

om Hem ter dood te laten veroordelen

en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen.

En wij leefden in de hoop,

dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen!

Maar met dit al is het reeds de derde dag

sinds die dingen gebeurd zijn.

Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden

ons in de war gebracht;

ze waren in de vroegte naar het graf geweest,

maar hadden zijn lichaam niet gevonden

en ze kwamen zeggen

dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad,

die verklaarden dat Hij weer leefde.

Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan

en zij bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden,

maar Hem zagen ze niet.”

Nu sprak Hij tot hen:

“O, onverstandigen,

die zo traag van hart zijt

in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben!

Moest de Messias dat alles niet lijden

om in zijn glorie binnen te gaan?”

Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten

wat in al de Schriften op Hem betrekking had.

Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen,

maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan.

Zij drongen bij Hem aan:

“Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.”

Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven.

Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij brood,

sprak de zegen uit,

brak het en reikte het hun toe.

Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem,

maar Hij verdween uit hun gezicht.

Toen zeiden ze tot elkaar:

“Brandde ons hart niet in ons,

zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?”

Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug.

Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen.

Dezen verklaarden:

“De Heer is werkelijk verrezen,

Hij is aan Simon verschenen.”

En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was

en hoe Hij door hen herkend werd

aan het breken van het brood.


Arcabas













Boekje maken 



Uitleg 





Reacties

Populaire posts