Paasmaandag


Mt. 28, 8-15

De vrouwen horen dat Jezus is opgestaan

De engel zei tegen de vrouwen: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn. 

Ik weet dat jullie op zoek zijn naar Jezus, die aan het kruis gestorven is.

Maar hij is hier niet.

Want hij is opgestaan uit de dood, zoals hij gezegd heeft. 

Kom maar kijken, hier heeft hij gelegen.

Ga nu snel naar de leerlingen en zeg hun dat Jezus uit de dood is opgestaan. Vertel hun ook dat Jezus naar Galilea gaat.

 En dat ze hem daar zullen zien. 

Dat is wat ik tegen jullie moest zeggen.’

De vrouwen zien Jezus

Snel gingen de vrouwen weg bij het graf. Ze waren geschrokken, maar ook ontzettend blij. 

Ze wilden zo snel mogelijk aan de leerlingen gaan vertellen wat er gebeurd was.

Op dat moment kwam Jezus hun tegemoet, en hij groette hen.

 De vrouwen liepen op hem af. 

Ze knielden voor hem en pakten zijn voeten vast. 

Jezus zei: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn. Ga aan mijn vrienden vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan.

Daar zullen ze mij zien.’

De priesters verzinnen een verhaal

De vrouwen gingen op weg naar de leerlingen.

Intussen gingen een paar van de soldaten die het graf moesten bewaken, naar de stad. 

Ze vertelden alles wat er gebeurd was aan de priesters.

Toen maakten de priesters en de leiders van het volk een plan. 

Ze besloten om de soldaten veel geld te geven. 

Ze zeiden tegen hen: ‘Jullie moeten vertellen dat de leerlingen het lichaam van Jezus gestolen hebben. 

Zeg maar dat ze ’s nachts gekomen zijn, terwijl jullie sliepen. 

Als Pilatus ervan hoort, gaan wij wel met hem praten. 

Wij zorgen ervoor dat jullie geen problemen krijgen.’  

De soldaten namen het geld aan, en deden wat de priesters gezegd hadden.

Het verhaal dat de priesters bedacht hadden, wordt nog altijd bij de Joden verteld.


Reacties

Populaire posts